Auto’s zijn onder de chauffeurs nogal eens een dingetje. De keukenpraat verandert nu we vier Skoda’s Kodiaq leasen, gelijke modellen met kleine onderlinge verschillen en veel technische snufjes.
Nieuw is dat ik steeds de auto na het starten weer moet verpersonaliseren. Allerlei handigheidjes instellen: wel of geen snelheidsbegrenzing, wel of geen verkeersborden herkenning, wel of geen witte strepen herkenning -rijstroken hulp assistent-, en nog zowat andere rij hulp assistentie.

Het is zuiniger om bij het in en uitstappen van de kinderen de motor uit te zetten. Om niet steeds weer na het opnieuw starten alles te moeten instellen heb ik de neiging om de motor maar stationair te laten draaien.
Tijdens het rijden met zoveel van die hulpmogelijkheden vraag ik mij af of ik nog wel op de weg voor mij mag kijken. Zo vaak als er niet een piepje te horen is en er op het dashboardscherm oranje driehoekjes met een uitroepteken of andere in rood flikkerende mededelingen verschijnen, die mijn aandacht opeisen.

Pietje zit naast mij. Al die in het oog springende, schreeuwende en raadgevende waarschuwingen trekken ook zijn interesse. We hebben de afspraak dat hij voorin mag zitten als hij zijn handen bij zich houdt. Maar ik nu moet toch echt zijn priemende vingertjes vermanend toespreken. En ben ik weer even minder alert op de weg.

Om mijn hoofd koel te houden als ik weer inval, is meestal het eerste wat ik verpersonialiseer: de verwarming. Een aantal collega’s houden nogal van tropische temperaturen.