Thuis komt het naderende einde van het vervoer ter sprake. Mijn lief vraagt aan mij: wat dat rijden zelf betreft, geeft dat ook plezier, is een andere baan zonder kinder een mogelijkheid, of wil je perse iets met kinderen?
Van hogere hand was er de wens dat het vervoer naar een commerciële uitvoerder zou gaan. Busjes met van die blauwe nummerborden. Door ons de krioelende witte mieren met blauwe ogen genoemd. Maar gelukkig blijven we de kinderen nu toch zelf rijden. Onze kwaliteit, de service en het plezier in het werk heeft de doorslag gegeven. Kwaliteit en service die door commerciële bedrijven maar zelden wordt geleverd.
Ik kan mij dus blijven verbazen over zowel de kinderen als over zaken die ik onderweg tegenkom. Over hoe een wegwerker met ogenschijnlijk gemak een aanhanger achteruit een brug op rijdt. Wat een vakmanschap. Maar mij ook verbazen over een automobilisten die zonder voorrang te verlenen een rotonde op rijdt. En vervolgens een middelvinger opsteekt als je naast je rem ook je claxon gebruikt.
Ik kan dus ook blijven genieten van hoe ik de auto op een landweggetje tussen een hijskraantje en een onhandige geparkeerde auto manoeuvreer. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik Pietje met grote ogen uit het raam kijken als we op enkele centimeters afstand langs het kraantje rijden.
We kunnen dus blijven rijden en omzien. Met plezier, humor en verbazing voor zowel het rijden als het omzien
