De vakantie is voorbij. Gelijk weer volle bak. De dag na thuiskomst 5 kinderen in het vervoer. Het is even schakelen. Veranderen van in mezelf gekeerd zijn naar geconcentreerd aan moeten staan. Van al luierend in de hangmat luisteren naar klassieke muziek, nu rijdend meezingen met de kinderliedjes. De wekker zetten in plaats van op te staan wanneer ik uit mijzelf wakker word.
Reuring versus relatieve rust. Maar het rijden in een soepel lopende leaseauto met automaat is wel onbezorgder dan in mijn eigen stug geveerde schakelbak.

De onzekerheden, kinderlijke angsten en eigenaardigheden van mijn passagiers zijn na de vakantie onveranderd. Marietje vraagt nog steeds of we naar de BSO of naar huis rijden als ik haar vastklik in de gordel. Pietje zijn rugzak, modern met wieltjes en uitschuifbare beugel, blijft consequent vastzitten bij het uitstappen.
Allie heb ik voor het eerst in de auto. Hij vindt het spannend, ik ben nieuw voor hem. Als ik hem vraag waar hij wil zitten, antwoordt een klein stemmetje; helemaal achterin. Via mijn achteruitkijkspiegel zie ik hem tijdens de rit ontdooien en ontspannen om zich heen kijken.

Als ik hem thuis heb afgezet rij ik achteruit om uit te parkeren. Voordat ik weg rijd kijk nog even opzij. Ik zie hem naast zijn moeder bij de voordeur staan en maak oogcontact. Uitbundig zwaait hij mij uit.

Ik zwaai terug en bedenk: daar doe je het toch voor.